De Veertigdagentijd, nog iets voor ons?

In navolging van Jezus, die in de woestijn veertig dagen vastte (Mat 4,1-2), vasten ook wij gedurende de veertigdagentijd. Hoewel wij deze periode de vastentijd noemen, heeft de kerk slechts 2 dagen tot verplichte vastendagen aangewezen; Goede Vrijdag en Aswoensdag.  Maar toch vasten de meeste christenen meer dan deze twee dagen.

Sommigen vasten om een gezonder en fitter lijf. Anderen om de eigaswoensdag-2en zelfbeheersing op de proef te stellen. Weer anderen om geld of voedsel in te zamelen voor de minderbedeelden. Maar de basis van al deze doelstellingen is natuurlijk dat wij onze geestelijke balans testen. Door te vasten, op welke manier dan ook, komen wij onszelf tegen. Wij doen dat op weg naar de dagen waarop wij zullen stilstaan bij Jezus uiterste liefde voor ons; zijn lijden en sterven.

De liturgie van Aswoensdag kent ieder jaar dezelfde evangelie-lezing, namelijk Jezus onderrichting van het gebed als hij zegt: “Als je bidt ga dan naar je binnenkamer, sluit de deur achter je en bid tot je Vader die in het verborgene is en je Vader die in het verborgene ziet, zal het je vergelden.” (Mat 6,6)

Hoewel wij worden aangespoord onze relatie met God in het verborgene te beleven, ontvangen wij op Aswoensdag een zichtbaar teken, waarvan wij bijna zouden kunnen zeggen dat we ermee te koop lopen: het Askruisje.  De as van de verbrande palmtakken van verleden jaar wordt gezegend. Daarna wordt de as door de priester opgelegd aan ieder die bewust de Veertigdagentijd wil beleven en wil terugkeren naar God die onze Oorsprong en Toekomst is en de oude worden uitgesproken “Stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren” (Gen 3,19).  Een boodschap van verdoemenis? Nee, van hoop! Een boodschap die wij zullen verstaan als wij na ruim 40 dagen mogen uitzingen dat de Jezus uit de dood is opgestaan.

K. Donders.

Geef een reactie