afrondend verslag project Toekomst

Door: Nelleke Spiljard

Waarom dit gebeuren?

Met grote betrokkenheid hebben mensen uit jullie midden nagedacht over: hoe nu verder? We hebben een goede gemeenschap, maar er zijn vragen. We zijn steeds meer aan het overleven, merken dat veel vrijwilligers moe zijn, dat we kleiner worden. We zijn wel heel druk, maar wat is onze richting? Na jaren trouwe dienst gaat de pastoraatgroep (pg) ook aftreden, waarbij vermeld moet worden dat ze veel te veel uren maakten. Hoe kan een nieuwe pg verder? Hoe kunnen we als geloofsgemeenschap en een stap zetten naar meer vitaliteit en kwaliteit, met een nieuwe pastoraatgroep?

“Gezonde kerken”

We zijn aan de slag gegaan met het handboek voor ‘gezonde kerken’, dat 7 kenmerken beschrijft op basis van onderzoek naar gemeenschappen, die tot bloei zijn gekomen, vaak tegen alles in. Het gaat om 7 houdingen, die het verschil blijken te maken, het gaat niet zozeer om activiteiten. Deze kenmerken zijn bakens op de weg van het geloof, ontleend aan het leven van Jezus, ze gaan over de binnenkant, de bezieling, het levend geloof van een gemeenschap. Ze hangen samen met elkaar en versterken elkaar. (Bijlage 1: de zeven kenmerken)

Jullie hebben je uitgesproken over hoe de gemeenschap er nu voor staat. In welke kenmerken en houdingen zijn we sterk, waarin zwak? Op basis daarvan is uitgekozen aan welke kenmerken jullie eerst zouden willen gaan werken met elkaar. Wat blijkt? Jullie willen vooral nog meer als geloofsgemeenschap zelf een proefpolder zijn van waar ons geloof over gaat, een levend teken van Gods koninkrijk zijn.  (bijlage 2: de scores en prioriteiten)

De 3 kenmerken, waarmee jullie aan de slag willen:

  • We doen een paar dingen en die doen we goed (met stip op 1 )
  • We leven als een echte gemeenschap
  • We scheppen ruimte voor iedereen.

Ruimte scheppen voor iedereen

Hierin zijn jullie eigenlijk  al  sterk. Maar een sterk punt kun je ook uitbouwen. Jullie willen waardevol zijn voor jong en oud. Het meest werd bij dit kenmerk toch de jeugd genoemd, er leven allerlei ideeën: een digitale connectie, concerten, kind en jong projecten, zichtbare kinderopvang, aandacht voor de Antoniusschool, een folder/informatie voor wat de kerk te bieden heeft aan ouders en kinderen, aandacht voor ouders, dopen tijdens de viering, de vraag wat bieden wij eigenlijk aan mensen die kleine kinderen hebben en drukke tijden beleven, ruimte voor studenten. Ook andere groepen werden genoemd: Poolse gemeenschappen uitnodigen, welkom heten. En de gastvrijheid voor nieuwe mensen: gastheren en gastvrouwen, een welkomstflyer, informatieboekje wat biedt de kerk.

Ideeën die ik nog heb bij dit kenmerk:

  • Het is een belangrijk kenmerk. Stefan Paas (dit jaar theoloog des vaderlands , protestants hoogleraar theologie) en Erik Borgman (katholiek hoogleraar theologie van het christendom, schrijft veel over de kerk) wijzen allebei deze weg. Welke groeperingen hebben wij in ons dorp, in onze omgeving? En wie zijn daarvan vertegenwoordigd binnen onze gemeenschap? Kunnen we mensen erbij vragen, zodat we echt ‘de volheid van Christus’ vertegenwoordigen (beetje plechtig gezegd in de woorden van Paas). (bijlage 3: bronnenlijst)
  • Maak als pg i.s.m. klankbordgroep en pastoraal team (pt) een plan, met gefocuste kleine stapjes.  
  • Stel als pg werkgroepjes in, die zich met een specifieke groep bezig houden: nieuwkomers, jeugd. Denk dan als pg juist na over verbindende activiteiten en ontmoeting: jong en oud, Polen en Nederlanders etc.
  • Vraag bij de opzet van verschillende werkgroepjes als pg, die verantwoordelijk is voor de nabijheid, hulp aan het pt. Er is bv. veel expertise rond vernieuwende projecten met jeugd. (Bron: Antoinette).
  • De insteek: wat kunnen we mensen, van wie de roeping momenteel vooral buiten de kerk ligt (jonge ouders, druk met kinderen en werk) is ontzettend waardevol: wat kunnen we ze bieden? Deze vraag zou je ook bij andere groepen kunnen stellen. Wat kunnen we bv. voor de school betekenen? (deze vraag versterkt kenmerk 2, een naar buiten gerichte houding, je focust op het hele leven i.p.v. op het kerkelijk leven en je kijkt: hoe kunnen we mensen uitrusten om hun geloof te beleven in het geheel van hun leven?).
  • Bij verjonging denken we vooral aan jeugd. Toch kun je ook denken aan andere groepen. Er werd bv. geconstateerd dat er een prachtig  diaconaal netwerk is, maar dat de leden op leeftijd zijn. Uit onderzoek blijkt dat juist veertigers, mensen met opgroeiende kinderen, vaak interesse hebben in diaconale projecten. (Bron: Hans Boerkamp, emeritus pastoraal werker in Maarssen, hij heeft verschillende vernieuwende projecten bedacht op dit punt. Zie bronnenlijst). Bron in pt: Fred.
  • Denk systematisch na over: wat bieden wij nieuwe mensen, die eens willen komen kijken, die ergens aan mee willen doen, die wel wat meer willen? De evangelische kerken zijn hierin heel sterk met hun ‘kringen’. Idee: maak voor de verwelkoming van nieuwe parochianen, naast praktische informatie,- die trouwens voor iedereen onontbeerlijk is in onze informele ‘familiecultuur’, want wie moet je in vredesnaam waarvoor hebben?- nog een klein boekje, bv. 12 pagina’s. Laat op elke pagina 1 parochiaan vertellen hoe zijn/haar geloof gevoed wordt binnen de parochie, bv. op de Alphacursus, door te zingen, door met diaconie iets te doen etc. Onderaan de blz. dan een tel.nr. of contactadres hoe je dit specifieke spoor kan volgen. Leuk en verbindend om te maken als gemeenschap en inspirerend voor nieuwe mensen.
  • De alphacursus is altijd een sterk punt in een gemeenschap, uit onderzoek blijkt dat gemeenschappen met een alphacursus grotere kans hebben op groei. Mooi zowel voor nieuwkomers als voor mensen die verdieping zoeken.  Geef hieraan heel veel bekendheid.

Leven als gemeenschap 1.

Leven als gemeenschap scoorde bij jullie verdeeld, velen voelen zich wel thuis, ervaren de gemeenschap als warm, hecht, zelfs heel erg thuis,  maar er is ook een grote minderheid, die van het functioneren als gemeenschap maar een beetje merken, of amper iets, of zelfs niets. Werk aan de winkel dus.

Meerdere keren is geopperd te gaan kijken naar ‘hoe kunnen we een luisterend oor zijn’, kunnen er meer bezoekjes zijn, kunnen we meer  aandacht voor elkaar hebben? Een andere insteek bij de wijkcontactpersonen werd steeds  in dit verband genoemd. Kunnen we van mensen horen en zien? Meer delen, ondanks de privacy? (opbouw, Antoinette)

Kunnen we eenzaamheid in beeld brengen en rekening houden met eenlingen? Niet altijd maar uitgaan van gezinnen en families? Een vraag die ‘wakkerheid’ vraagt, bv. bij vieringen, maar ook een pastorale en diaconale vraag (Fred Kok)

De bijeenkomst met de engel wierp ook nog licht op dit kenmerk: voor mijn geestesoog verscheen een warme, hartelijke engel, waar ieder zich bij thuis mag weten; een liefdevolle engel ook, die op haar beste momenten de brug is naar rust, vrede, naar God en momenten van eeuwigheid. Toch is de engel ook vermoeid, vergrijsd, meer dan zij zelf vaak aanvoelt. Ze blijft vliegen, al is ze hier en daar een beetje gehavend, sterker nog, ze doet er nog een schepje bovenop, in haar grote betrokkenheid en trouw om te doen wat nodig is. Ze is druk, druk, druk en misschien een tikje impulsief? Iemand sprak van ADHD…. Ik dacht bij het beeld dat jullie schetsten aan het bijbelverhaal van Martha en Maria. Jullie engel maakt zich bezorgd over het vele, maar ‘slechts één ding is nodig’. Martha wordt geroepen door Jezus (2 keer klinkt haar naam, net als bij Mozes bv.) om zich minder druk te maken en het beste deel te kiezen. Hoe kan jullie engel meer richting vinden en kiezen wat het beste deel is?

 Ideeën, die ik nog heb bij dit kenmerk:

  • Ga altijd het gesprek aan met mensen die zich minder thuis voelen, en laat ze uitpraten, ook al ‘schuurt’ het. Zij kunnen je belangrijke dingen vertellen over hoe je als gemeenschap functioneert. Zij zien dingen die je zelf niet (meer) ziet, in het centrum zie je andere dingen dan aan de rand.  (Denk aan  Bartimeus, die aan de kant van de weg als enige ziet wie Jezus echt is). Wat missen deze mensen? Wat zouden ze graag zien? Zelf constateerden jullie  dat in jullie warme en hechte gemeenschap toch vaak bij het koffiedrinken  bekenden bij bekenden gaan zitten en je er wat verloren bij zit als nieuwkomer of buitenstaander. Uit onderzoek blijkt dat nieuwe mensen gauw weer weg zijn, als het niet lukt om met enkele mensen een echte band te krijgen. De koffie is toch stap 1.
  • Ik zag bij dit kenmerk af en toe een  valkuil, ingegeven door de ‘werkdruk’ die vrijwilligers helaas ervaren: elkaar de maat nemen wat je al dan niet bijdraagt als vrijwilliger of kerkganger. Accepteer de verschillen en realiseer je hoe vaak in de bijbel juist de ‘ binnenste kring’ het probleem vormt (Jona, Farizeeërs). Mag je ook met je geloof onderweg zijn? Ben je ook waardevol, is de relatie ook belangrijk, als je niks ‘doet’ voor de kerk, gewoon gelovige bent, je focus ergens anders hebt? Stel, je werkt in de zorg, je hebt een zware baan. Wat betekent de parochie dan voor jou? Hier zie je dat een houding van ‘overleven’ het ‘functioneren als gemeenschap’ onder druk kan zetten. Niet in de overlevingsmodus gaan als gemeenschap vraagt echt tegenwoordigheid van Geest en een pastoraatgroep en locatieraad die hierin de toon zetten en die dus zorgen dat ze zelf niet overbelast raken. (bijlage 4)
  • Een project ‘gavengericht werken’ zou iets kunnen zijn voor jullie gemeenschap. Zeker voor een groep parochianen die te zwaar belast is en al lang op allerlei plekken zit en moeite heeft om te stoppen; of voor parochianen die juist op zoek zijn naar hun plek. Een 1e stapje naar een overgang van werken met vacatures naar uitgaan van talenten en gaven en verlangens  van mensen binnen de gemeenschap (bron: zie bronnenlijst en Antoinette). Daarnaast zou de pg serieus moeten nadenken over: niet elke vacature koste wat kost vervullen, mensen vragen alleen iets op zich te nemen dat ze echt willen en waar ze goed in zijn, na een bedenktijd, met de vraag: wil je ook bidden/bij jezelf goed overwegen of je deze taak wilt vervullen?
  • Kleine dingen helpen en hebben veel uitstraling. Zoals ook ieder bezoekje, ieder telefoontje er toe doet en  uitstraling heeft. Er werd bv. een goed voorstel inzake de Bloemengroet gedaan (bijlage 5). Zou de pg  het iets vinden voor dit soort voorstellen en ideeën, die veel verschil kunnen maken, een ideeënbus in de kerk te zetten? Alle mensen te laten meedenken hierover? (bijlage 6 over ‘bewustwording’ rond zo’n thema).
  • Een idee uit de projectgroep: n.a.v. het jubileum volgend jaar een bedevaart/pelgrimstocht, juist met mensen vanuit Barneveld en Voorthuizen. Leo Fijen beschrijft in “Het wonder van Maartensdijk” hoe verbindend zoiets kan werken. Of bv. een kloosterweekend.

Leven als gemeenschap 2.

Het belangrijkste hiaat bij dit kenmerk in jullie gemeenschap blijkt het leiderschap. Hier liggen belangrijke vragen: de organisatie is veel mensen niet duidelijk, wie is waarvoor verantwoordelijk? Daarom is werk gemaakt van een duidelijk organogrom en is de indeling in verantwoordelijkheid van kerntaken (pastoraal team), nabijheid (pastoraatgroep) en vernieuwend pastoraat (samen) besproken. Ook de vraag: ‘wie moet je waarvoor hebben’ moet verhelderd (plan informatieboekje/website).

Maar de vraag is niet alleen organisatorisch. Er is ook verlangen naar ‘een vaderlijke hand’, verbindende kracht, meer eenheid en samenhang, ‘leadership’, duidelijke gerichte leiding. Dit gaat meer over de gemeenschap als geheel, de cultuur waarin wel velen actief zijn maar ‘ieder zijn ding doet’. En waarbij alleen door een pg lid werd verwoord, temidden van ieder die vond dat ‘leiderschap ontbrak: wat ons ontbreekt is het besef dat we het zelf samen moeten doen. In onze huidige parochiestructuur, of we het nu leuk vinden of niet, is dit de realiteit. En de belangrijkste rol is hierin weggelegd voor de nieuwe pg, in samenwerking met de locatieraad (lr). De nieuwe pg moet uit meer mensen bestaan (liefst 5) en meer gedragen worden vanuit pastoraal team en gemeenschap.

De pg moet heel goed weten wat ze kan betekenen en niet kan betekenen. Ze is eerste aanspreekpunt voor parochianen /werkgroepen en voor het pastoraal team. Haar focus is: de nabijheid vormgeven. Nabijheid binnen de gemeenschap, aan elkaar, aan zieken, ouderen, kinderen, ouders, nieuwkomers, tussen Barneveld en Voorthuizen etc .  Nabijheid aan de plaatselijke kerken (oecumene). Aan de plaatselijke situatie (Polen, dingen die in het dorp spelen etc.  Ze is dus ‘hart van de gemeenschap’ en zorgt voor samenhang. Sleutelwoorden voor de pg zijn: samen, gemeenschap, verbinding, bezieling, ontmoeting, samenleven, met elkaar, blijdschap. Je moet dus geen ‘eenpitters’ hebben, die ieder hun ding doen, ze moeten als groep kunnen functioneren. De projectgroep vond het woord ‘roeping’ voor dit werk op zijn plaats, maar eigenlijk geldt dat als het goed is voor iedere taak. Nodig is:

  • Meer begeleiding vanuit het pt (Antoinette). Als 1e stap missie en visie formuleren, m.b.v. de 3 kenmerken, waar we aan willen werken, maar ook m.b.v. waar het altijd om gegaan is in ons geloof en waar het om zal blijven gaan; zoek het niet alleen in vernieuwing, maar geniet van alles wat er al is, vier dat ook, geef het een plek in de voorbede etc. We spraken in de projectgroep over het bijbelverhaal van de Jacobsladder, waar engelen langs op en neer gaan, en Jacobs opmerking toen hij ‘wakker’ werd: God was hier, en ik wist het niet!
  • Goed bekijken wat wel en niet bij de taak van de pg hoort. De pg als zodanig voert niet zelf allerlei  taken uit, maar richt zich op de inspiratie, de verbinding en de coördinatie.
  • Het besef dat het pt ingeschakeld kan worden bij opzet, ondersteuning en vernieuwing van de nabijheid ter plaatse.  Weten wie er precies in het pt zitten en op wie je waarvoor een beroep kunt doen, is belangrijk, omdat het initiatief hier bij de pg ligt. Het pt zelf neemt wel het initiatief tot parochiebrede activiteiten (of voor Sint Lucas en Sint Marten samen) ter ondersteuning van de nabijheid, bv. bijeenkomst voor bezoekgroepen,  bijeenkomst voor ieder die de communie rondbrengt, of voor ieder in het rouwpastoraat etc.  Overigens kan Antoinette kan altijd de schakel vormen met de rest van het pt, als er onduidelijkheden zijn.
  • Vanuit de gemeenschap kan een klankbordgroep gevormd worden voor de pg, op basis van de projectgroep. Twee keer per jaar? Deze groep kan ook aan de orde stellen hoe de voortgang is in het werken aan de kenmerken. (Begeleiding: Nelleke)
  • Mogelijk kan er  praktische ondersteuning komen in de vorm van een secretariaat, dat mede verklaart waarom sommige pg’s veel minder uren maken (Achterveld).
  • Er zijn eigenlijk 2 kerken zijn, die samen één geloofsgemeenschap vormen. Maar hoe zit het met de drempel van de spoortunnel? Hoe zit het met de verdeling van de activiteiten? Zoek ook naar pg leden uit Voorthuizen.
  • I.s.m. de locatieraad: Maak werk van de verslaglegging naar de gemeenschap. Minstens 1x per jaar een vergadering van de hele gemeenschap Barneveld en Voorthuizen.

Doet een paar dingen en doet die goed

Dit is een houding die niet leeft in de gemeenschap, maar waarnaar wel groot verlangen bestaat: meer richting, meer focus, i.p.v. ‘verwoed bezig zijn’.

Een duidelijke missie en visie voor de komende jaren en een bijbehorend werkplan is belangrijk. Dit zal de nieuwe pastoraatgroep verder uitwerken. En een goede jaarplanning zal ook behulpzaam zijn, waardoor activiteiten gespreid worden en mensen tijdig op de hoogte zijn. Er werd bij dit kenmerk tegen grenzen aangelopen: de wens van de doopwerkgroep, om op zo’n belangrijk levensmoment de zaken goed aan te pakken,  botste op de praktische invulling van het pastoraal team.  Bij dit kenmerk werd ook meer diepgang  genoemd als wens. En m.i. is dit de spijker op zijn kop en heeft gebrek aan focus ook te maken met het kenmerk waar jullie het àllerlaagst op scoorden: ‘zoeken naar wat God wil’. Wat is onze roeping in deze tijd, hier in Barneveld, als katholieke gemeenschap? Hoewel dit kenmerk de laagste score had op de 1e parochieavond, had helemaal niemand zin om hiermee aan het werk te gaan. Dat hangt samen natuurlijk.

Toch zijn we met elkaar al een koers op het spoor gekomen. Wat wordt aan ons gevraagd? Drie kenmerken geven voorlopig extra richting. En het kan juist ook leuk en inspirerend zijn om met elkaar verder te zoeken naar de richting, met name als we hierbij hulp gaan zoeken. Drie opties zijn al genoemd:

  • Mensen van Simpelkerk uitnodigen en laten vertellen. Zij hebben bij uitstek een gevoel voor wat hun roeping is, om zo’n initiatief te nemen. Er wordt al samengewerkt met de parochie, kunnen jullie nog meer voor elkaar betekenen?
  • Een parochie-avond met Leo Fijen voor de hele parochie. Leo Fijen heeft altijd een positieve insteek en de situatie van Maartensdijk, een bloeiende gemeenschap in een overwegend (streng) protestantse omgeving,  deel uitmakend van een mega-parochie, lijkt op die van Barneveld. Wat me ook belangrijk lijkt: het lukt ze daar om naar buiten te treden en iets te betekenen in hun dorp.
  • Het (landelijke) centrum voor Parochiespiritualiteit is laagdrempelig, komt naar je toe en helpt je zoeken naar verdieping en richting. Ze hebben ook een nieuwsbrief.