de toekomst van onze geloofsgemeenschap

door Rudi Krösschell

Inmiddels zijn er twee avondbijeenkomsten geweest over de ‘toekomst van onze geloofsgemeenschap’.

Gaat dat lukken vroeg ik mij af?

Het CatharijneCentrum was gezellig gevuld, meer dan 30 mensen waren gekomen om samen te luisteren en te praten over de toekomst van onze Geloofsgemeenschap. Nelleke Spiljard leidde het proces aan de hand van een onderzoek naar succesvolle geloofsgenootschappen,  gepubliceerd in ‘the Healthy Churches Handbook’. Blijkbaar zijn er 7 eigenschappen die succesvolle geloofsgemeenschappen goed doen:

❶ bezield door geloof

❷ naar buiten gerichte blik

❸ op zoek naar wat God wil

❹ verandering en groei durven opbrengen

❺ leven als een echte gemeenschap

❻ ruimte (scheppen) voor iedereen

❼ maak keuzes en doe die goed

Aan de hand van cijfers die de aanwezige groep gaf aan onze geloofsgemeenschap ontstond een beeld hoe wij naar ons zelf kijken, ongeveer een 6 op een schaal van 1 tot 10.
Dat beeld (zie grafiek) toont dat er nog ruimte voor verbetering is.

scores

De tweede avond stond in het teken van prioriteiten toekennen en voorstellen voor verbeteringen in te brengen.

Mij valt op dat kenmerk 4 ‘verandering en groei durven opbrengen’, toch al niet hoog scorend (5,4) in de belevenis van de groep, de laagste prioriteit krijgt. Dat baart zorgen, want als je wilt verbeteren, dan moet je ook bereid zijn de inspanning en de lasten op te brengen die daarmee gepaard gaan.  We kunnen dan niet vasthouden aan wat we hebben, moeten ook durven los te laten. Maar kunnen we dat?

Terwijl alle ideeën voor verbetering door de diverse groepjes worden toegelicht, dacht ik aan wat ik in Trouw las: “De mens is niet in staat om op korte termijn grote offers te brengen voor een doel dat in de toekomst ligt” zegt Frank Anker-smit, emeritus-hoogleraarrauw-vlees-gevaarlijk-voor-hond-en-mens.jpg geschiedenis aan de Rijksuniversiteit van Groningen. “Je kunt het vergelijken met een hond die net goed gegeten heeft en dan een biefstuk in zijn bakje ziet liggen. Die hond zal die biefstuk niet bewaren tot hij weer honger heeft, maar die alsnog direct opeten. Simpelweg omdat hij dat kan. Mensen zitten ook zo in elkaar.”

Terwijl ik denk aan de weerstand tegen veranderingen die ik ook ontmoet in onze geloofsgemeenschap, ontpopt zich toch ook passie in de discussies over verbetervoorstellen. Mensen die begaan zijn met efficiency en structuur en daarin wel willen helpen te verbeteren; over het breed gedragen belang om ruimte te maken voor ouders met kinderen, de jeugd, de toekomst; over de financiën waarin nooit meevallers zitten, maar ook geen belemmering zijn om een nieuwe toekomst voor onze geloofsgemeenschap op te bouwen.

Waar passie is en een wil, daar is ruimte voor de toekomst. En laten we eerlijk zijn, al zouden we alles anders doen in onze geloofsgemeenschap, daarmee veranderen wij ons geloof, onze kerk en de Eucharistie viering niet. Dat is bijvoorbeeld heel anders dan wat columnist en schrijver Stevo Akkerman vertelde in een recente Samenspraak lezing over ‘zijn’ Vrijgemaakte Gereformeerde kerk, die zo veranderd is, dat de ouderen zich er niet meer in herkennen.

Uit deze avonden is een projectgroep opgestaan, met jongeren en ouderen, met mensen die willen ondersteunen en waarschijnlijk ook met de toekomstige pastoraatsgroep leden. Zij gaan nu verder met Nelleke aan de plannen werken, wetende dat weerstand er bij hoort, zelfs warmte geeft, maar dat uiteindelijk iedereen zich verantwoordelijk zal voelen om onze geloofsgemeenschap een kans op een toekomst te geven.
Alleen denkend aan de hond en de biefstuk, zullen we wel  SMART doelen moeten stellen en tempo maken.