Het Eucharistisch gebed

Uit de catechese van paus Franciscus over de Liturgie

Na de ritus van de bereiding van het brood en van de wijn, begint het Eucharistisch Gebed, dat eigen is aan de Mis en er het centrale gebeuren van uitmaakt, gericht op de heilige Communie. Het gaat terug op wat Jezus zelf deed, toen Hij aan tafel was met de Apostelen tijdens het Laatste Avondmaal, toen Hij “dank zegde” over het brood en daarna over de beker met wijn: zijn dankzegging herhaalt zich in iedere van onze Eucharistievieringen en verenigt ons zo met zijn offer van verlossing.

Vooreerst is er de Prefatie, die de dankzegging is voor de gaven van God, in het bijzonder voor de zending van zijn Zoon als onze Verlosser. De Prefatie wordt besloten met acclamatie van het “Sanctus”, dat gewoonlijk wordt gezongen. Het “Sanctus” zingen is heel mooi: “Heilig, heilig, heilig de Heer”. Heel de gemeenschap voegt haar stem bij die van de Engelen en de Heiligen om God te loven en te prijzen.

 

Dan volgt de aanroeping van de Geest opdat Hij door zijn kracht het brood en de wijn zou vervullen. We aanroepen de Geest zodat Deze aanwezig komt en Jezus in het brood en in de wijn Jezus aanwezig wezen. De werking van de Heilige Geest en de werkdadigheid van de woorden van Christus zelf die door de priester worden uitgesproken, brengen onder de gedaanten van brood en wijn, werkelijk het Lichaam en het Bloed van Christus aanwezig, zijn eenmalig offer op het kruis.

Door een daad van geloof geloven we dat dit het lichaam en het bloed van Jezus is. De priester zegt: “Mysterie van het geloof” en wij antwoorden met een acclamatie. Door de gedachtenis van de dood en de verrijzenis van de Heer te vieren, wachtend op zijn wederkomst. Het mysterie van de Communie is dit. De Kerk verenigt zich met het offer van Christus en met zijn bemiddeling.

Het Eucharistisch Gebed vraagt God al zijn kinderen in volmaakte liefde te verzamelen, in vereniging met de Paus en de Bisschop, die met name genoemd worden, teken dat we vieren in verbondenheid met de universele Kerk en met de particuliere  Kerk. Het smeekgebed wordt, zoals de offergave tot God gericht voor alle leden van de Kerk, levenden en overledenen, in de verwachting van de zalige hoop de eeuwige erfenis van de hemel te delen met de Maagd Maria. Niemand en niets wordt vergeten in het Eucharistisch Gebed, alles wordt tot God teruggevoerd zoals de doxologie aangeeft die het besluit.

Eucharistie vieren is:

-leren “dank zeggen, altijd en overal” en niet slechts bij bepaalde gelegenheden, wanneer alles goed gaat;

-van ons leven een gave van liefde maken, vrij en gratis;

-in de Kerk bouwen aan de concrete verbondenheid met allen.

 

Met andere woorden, dit centrale Gebed van de Mis vormt ons, stap voor stap, om van heel ons leven een “Eucharistie” te maken, dat wil zeggen een dankzegging.

 

(Bron: rkdocumenten.nl)