WAAR JE OOK BENT, BIDT TOT DE VADER

ingezonden door: Karel Donders

We kunnen zeggen dat het christelijk gebed ontspringt aan de durf om God “Vader” te noemen. Dat is de bron van het christelijk gebed: God aanspreken met “Vader”. Maar daarvoor is moed nodig! Het gaat niet over een formule, maar over kinderlijk vertrouwen waarin we ingeleid worden door de genade. Jezus openbaart de Vader en maakt ons vertrouwd met Hem. “Jezus laat ons echter geen formule na die we werktuiglijk moeten herhalen. Zoals voor elk mondgebed geldt, leert de heilige Geest de kinderen van God bidden tot hun Vader …”.

Jezus zelf heeft verschillende uitdrukkingen gebruikt om tot de Vader te bidden. Als we de Evangelies met aandacht lezen, merken we op dat de woorden die Jezus gebruikt om te bidden verwijzen naar het “Onze Vader”.

Bijvoorbeeld, tijdens de nacht in Gethsemane bidt Jezus op deze wijze: ”Vader voor U is alles mogelijk; laat deze beker Mij voorbijgaan. Maar toch: niet wat Ik maar wat Gij wilt.” (Mc. 14, 36).

Hoe zou men in dit korte gebed niet een verwijzing zien naar het “Onze Vader”? Midden de duisternis roept Jezus God aan met de naam ‘Abba’. Met kinderlijk vertrouwen, ook al ervaart Hij vrees en angst, vraagt Hij dat zijn wil zou geschieden.

Op andere plaatsen in het Evangelie vraagt Jezus zijn leerlingen dat zij een geest van gebed zouden cultiveren. Het gebed moet met aandrang gebeuren en vooral de broeders in herinnering houden, zeker wanneer we met hen een moeilijke verhouding beleven. Jezus zegt: “Hebt ge iets tegen iemand, terwijl ge staat te bidden, vergeeft het dan, opdat ook uw Vader in de hemel u uw tekortkomingen moge vergeven.” (Mc. 11, 25). Hoort men hier niet het “Onze Vader” weerklinken? Er zijn nog veel dergelijke voorbeelden.

Soms heeft Jezus een taal gebruikt die ver verwijderd is van het “Onze Vader”. Denken we aan de beginwoorden van psalm 22 die Jezus op het kruis uitsprak: “Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?” (Mt. 27, 46). Kan de hemelse Vader zijn Zoon verlaten? Zeer zeker niet. En toch heeft de liefde voor ons, zondaars, Jezus ertoe gebracht zelfs de verlatenheid door God te ervaren, de afstand omdat Hij onze zonden op Zich heeft genomen. Maar ook in die angstkreet blijft God “mijn” God. Dit “mijn” is de kern van de relatie met de Vader. Het is de kern van het geloof en van het gebed;

Dit is de reden waarom de christen, uitgaande van deze kern, in alle omstandigheden kan bidden. Men kan daartoe de Bijbelse gebeden gebruiken, speciaal de psalmen. Men kan echter ook bidden gebruikmakend van de ontelbare uitdrukkingen die in een duizendjarige geschiedenis aan het hart van mensen zijn ontsproten. Aan de Vader blijven we vertellen over onze mensen – broeders en zusters, zodat niemand van hen, in het bijzonder de armen, verstoken zou blijven van troost en van een dosis liefde.

Paus Franciscus

tijdens de wekelijkse audiëntie op 22 mei 2019 (bron: rkdocumenten.nl)